7 inzichten uit het congres Generatiekracht over kansengelijkheid in het onderwijs

Hoe doorbreek je een onderwijssysteem waarin de achtergrond van een leerling nog te vaak zijn of haar kansen voorspelt? Die vraag stond centraal tijdens het congres Generatiekracht op 19 juni 2026 in Papendal. De bijdragen van de Amerikaanse onderwijsexpert dr. Anthony Muhammad, socioloog dr. Iliass El Hadioui en pedagoog Pedro de Bruyckere maakten één ding duidelijk: kansengelijkheid is geen abstract ideaal, maar het resultaat van de keuzes die we iedere dag maken in onze lessen, teams en scholen.

Zeven inzichten die aanzetten tot actie.

1: Focus op het leren, niet op het lesprogramma
Muhammad legde direct de vinger op de zere plek: “Het traditionele systeem werkt als een normaalverdeling”, stelde Muhammad. “We selecteren de uitersten, isoleren de zogenaamd slimme leerlingen en stoppen minder presterende kinderen in aparte hokjes met minder uitdaging. Daarmee voorspellen we prestaties vooraf op basis van achtergrond, taal of de portemonnee van de ouders. Dat moeten we doorbreken."

Daarom is een andere vraag nodig. Stel niet de vraag of je jouw les hebt gegeven. Vraag jezelf liever: hebben de leerlingen echt iets geleerd? Je kunt fantastisch lesgeven zonder dat er ook maar één leerling iets leert. Voor docenten betekent dit dat het voortdurend zichtbaar maken van leren en het verzamelen van informatie over de voortgang van leerlingen belangrijker is dan het afronden van een lesprogramma.

2: De kennis over wat werkt, is er al
Volgens Muhammad ligt de sleutel in samenwerking. Succesvolle scholen danken hun resultaten niet aan een paar individuele 'superleraren', maar bouwen aan teams die samen de verantwoordelijkheid dragen voor het leren van iedere leerling.

Hij verwees naar het werk van John Hattie, waaruit blijkt dat juist gezamenlijke professionele kracht een enorme impact heeft op leerprestaties. Intensieve samenwerking tussen leraren, gerichte ondersteuning voor leerlingen, cultuurbewust lesgeven en formatief handelen behoren tot de meest effectieve interventies die we kennen.

De boodschap was helder: de kennis over wat werkt, is er al. De uitdaging zit vooral in de vraag of we die kennis ook samen in praktijk brengen.

Lees ook: Wat het onderwijs kan leren van het ziekenhuis – terugblik op de masterclass van A. Muhammad


3: Van ik naar wij 
Socioloog Iliass El Hadioui wees op de voorspelbaarheid van ons onderwijssysteem, waar achtergrond vaak schoolsucces bepaalt. Hij noemt dit een ‘witte zwanen school’: een systeem dat steeds dezelfde uitkomsten produceert.

Toch zijn er uitzonderingen. De zogenoemde zwarte zwanen scholen doorbreken de statistieken en behalen met vergelijkbare leerlingpopulaties veel betere resultaten. Wat doen deze scholen anders? Ze maken de beweging van ik naar wij.

Op zwarte zwanen scholen voelen leraren zich samen verantwoordelijk voor de ontwikkeling van alle leerlingen. Enerzijds is er ruimte voor individualiteit: eigen vakmanschap, creativiteit en kritische vragen. Anderzijds is er collectiviteit: een gedeelde verantwoordelijkheid voor het leren en de ontwikkeling van alle leerlingen.

Die collectieve verantwoordelijkheid vraagt balans. Te veel individualisme leidt tot eilandvorming; te veel collectivisme kan leiden tot lage verwachtingen die elkaar bevestigen. Uitspraken als “voor deze doelgroep is dit al heel knap” houden ongelijkheid in stand.

4: Hoge verwachtingen beginnen bij geloof in groei
Zwarte zwanen scholen combineren een warme, inclusieve cultuur met hoge verwachtingen. Ze vertrekken vanuit de overtuiging dat iedere leerling kan groeien. "Wij geloven dat jij dit niveau kunt bereiken. En wij zorgen als team voor de structuur en ondersteuning die nodig zijn om daar te komen", is daar een leidend principe.

Een belangrijk begrip hierbij is psychologisch kapitaal: het geloof in eigen kunnen en in de mogelijkheid om succesvol te zijn. Niet elke leerling groeit op met dezelfde kansen of middelen. Maar psychologisch kapitaal staat daar los van; het is een bron in iedere leerling die scholen kunnen versterken.

5: Leerlingen groeien wanneer ze zich gezien én uitgedaagd voelen
Veel jongeren bewegen dagelijks tussen verschillende werelden: thuis, de straat, de wijk en school. Elke context kent eigen codes, verwachtingen en manieren van communiceren. Een transformatieve school vraagt niet om het loslaten van die identiteiten, maar helpt leerlingen juist om tussen die werelden te schakelen en zich daarin te ontwikkelen. Daarvoor zijn twee elementen essentieel:

  • een sterke sense of belonging: het gevoel dat je erbij hoort en gezien wordt;

  • hoge verwachtingen: de overtuiging dat er iets van je wordt gevraagd en dat je daartoe in staat bent.
     

Juist die combinatie blijkt krachtig. Leerlingen die zich gezien voelen, durven zich uit te dagen. En leerlingen die worden uitgedaagd, ontwikkelen meer vertrouwen in hun eigen mogelijkheden. Juist die combinatie van vertrouwen en ondersteuning laat leerlingen groeien. Hoge verwachtingen krijgen pas betekenis wanneer ze gepaard gaan met professionele begeleiding en een stevig vangnet.
 

Zo ziet de beweging van 'ik' naar 'wij' eruit: het Olympus College 
Op het Olympus College, dat deelneemt aan het programma De Transformatieve School, staat collectieve verantwoordelijkheid centraal. De school investeert bewust in gezamenlijke afspraken, een normatief kader, lesbezoeken, lesvideo's, de betrokkenheid van onderwijsondersteunend personeel en open gesprekken over pedagogische dilemma's. Teams krijgen daarnaast ruimte en tijd om zelf workshops te leiden en van elkaar te leren.

De school is daarbij nog volop in ontwikkeling en zoekt dagelijks naar wat werkt. Juist daarin zit misschien wel de belangrijkste les voor andere scholen: een sterke schoolcultuur ontstaat niet van de ene op de andere dag, maar door samen te leren, bij te sturen en vol te houden.

6: Er bestaat geen 'magic bullet' in het onderwijs
Pedagoog Pedro de Bruyckere sloot het congres af met een nuchtere boodschap. "Er bestaat geen 'magic bullet' in het onderwijs." De zoektocht naar dé oplossing leidt ons vaak af van wat we al weten over goed onderwijs.

Om te controleren of jouw onderwijs de juiste basis raakt, introduceerde De Bruyckere het 3x3 model. Dit model helpt scholen om steeds opnieuw na te denken over het waarom, wat en hoe van onderwijs. Het gaat om leerlingen laten leren, ontwikkelen en voorbereiden op de samenleving. Dit doe je vanuit de rollen van onderwijzen, opvoeden en begeleiden. Dat vraagt om keuzes die rechtvaardig, verantwoordelijk en passend zijn bij de context. Goed onderwijs ontstaat in de samenhang tussen die drie dimensies.

7: Voorzichtig met onderwijsmodes en snelle oplossingen
Populaire onderwijsopvattingen verdienen vaak meer nuance. Goed onderwijs vraagt om voortdurende professionele afwegingen. Niet alles wat populair klinkt, werkt en niet alles wat werkt, is eenvoudig. Dat vraagt niet om snelle oplossingen, maar om een kritische houding en de bereidheid om keuzes te baseren op wat onderzoek en praktijk ons al hebben geleerd. De Bruyckere illustreerde dat met drie voorbeelden.

  1. Neem het idee van volledig ontdekkend leren. Natuurlijk leren leerlingen veel door zelf te onderzoeken en te experimenteren. Maar leren verloopt nooit zonder richting en ondersteuning. Zelfs in Rousseau's beroemde boek Émile, dat vaak wordt gezien als een pleidooi voor zelfstandig leren, loopt voortdurend een mentor mee die de leerling subtiel stuurt met vragen als: „Heb je dat al gezien?” of „Waar zou je nog eens naar kunnen kijken?”

  2. Ook de uitspraak het kind staat centraal is complex. Welk kind bedoelen we eigenlijk? Het kind van vandaag, dat vooral plezier zoekt en liever moeilijke opdrachten vermijdt? Of het kind van morgen, dat kennis, vaardigheden en een diploma nodig heeft om later kansen te hebben?

  3. Ten slotte wees hij op het huiswerkdilemma. Huiswerk kan een positief effect hebben op leerprestaties. Maar we weten ook dat een leerling die in alle rust met hulp van hoogopgeleide ouders huiswerk maakt, een enorme voorsprong heeft op een leerling in een drukke eenkamerwoning. Huiswerk afschaffen verkleint die verschillen, maar neemt leerlingen tegelijkertijd een bewezen leerkans af. Scholen moeten zich hiervan bewust zijn.
     

Van equity talk naar equity walk
Drie sprekers, drie perspectieven, maar één duidelijke boodschap: kansengelijkheid hoeft geen abstract ideaal te blijven. Sterke teams, hoge verwachtingen en een cultuur waarin iedere leerling ertoe doet, maken het verschil.

Muhammad gebruikte het beeld van de circusolifant: dit krachtige dier blijft braaf aan een dun touwtje staan omdat hij als jong heeft geleerd dat ontsnappen onmogelijk is. Soms houden de feitelijke omstandigheden ons dus niet tegen, maar zijn het simpelweg onze eigen, ingesleten overtuigingen die ons afremmen.

De inspiratie van Papendal laat zien dat we niet hoeven te wachten op landelijke stelselwijzigingen om impact te maken. Verandering krijgt vorm in onze eigen lerarenkamers en klaslokalen, zodra we als team de regie nemen en elkaar opzoeken. Of, in de woorden die tijdens het congres meerdere keren klonken: het gesprek over kansengelijkheid is waardevol — maar het krijgt pas betekenis in wat we er samen mee doen.

« Terug naar overzicht

Ander nieuws

Candea-leerlingen denken mee over de toekomst van afval

Kanter van Vreeland wint International Junior Science Olympiad

Wat het onderwijs kan leren van het ziekenhuis – terugblik op de masterclass van A. Muhammad

SGA-leerlingen zetten streektaal op de kaart!

Quadraam maakt gebruik van Cookies

Geef per categorie de keuze voor het gebruik van cookies aan. Wij hebben de cookies van Google Analytics volledig geanonimiseerd en daarom mogen wij die plaatsen zonder toestemming.

In onze Privacyverklaring is hier meer over te lezen. Graag de beste website ervaring? Vink dan alle vakjes aan.

OK